De galerijflat herrijst

Waterlandplein_jaren_zeventig_galerijflat

Waterlandplein, Amsterdam-Noord, begin jaar zeventig

De galerijflat is ooit getypeerd als ‘de uiterste consequentie van het stapelen van voordeuren aan de buitenlucht’. Deze oer-Hollandse flat met zijn lange betonnen gaanderijen is groot geworden in de jaren zestig, maar werd al kort na zijn volwassenwording verguisd. Hij verloederde, werd gesloopt en – inmiddels – bestempeld tot misschien wel de meest ongewenste woonvorm uit de 20ste eeuw.

De betonnen trappenhuizen zijn synoniem geworden voor pislucht, het smalle balkon is vaak een rommelzolder, in de bergingen houden drugsdealers kantoor en vuilstortkokers zijn eigenlijk overbodig, want die afvalzak kan ook zo wel over de reling naar beneden. De begane grond is immers niemandsland.

Allemaal onjuist dus. Hoog tijd voor eerherstel. ‘De galerijflat gaat ten onrechte gebukt onder een fout imago’, zegt architect Dick de Gunst. Want de galerijflat is, als je goed kijkt, een verbluffend voorbeeld van Hollandse innovatie. Value for money. Flexibele woningplattegronden, betaalbare huur en destijds een breekijzer in de emancipatie van een nieuwe middenklasse.

‘Misschien gek, maar ik vergelijk de galerijflat van toen met Apple van nu’, vervolgt De Gunst. ‘Een innovatief product, op enorme schaal geproduceerd, dat techniek en functionaliteit uitstekend combineert.’ Evident dat De Gunst er zijn missie van heeft gemaakt Nederland te genezen van zijn flatneurose, een woord dat we danken we aan de galerijflat. ‘Het is in ieders belang de galerijflat een nieuwe toekomst te geven. Voor dat geld kun je het niet beter krijgen.’

Het is een feestweek voor de galerijflat. Morgen ligt het boek Nieuwe kansen voor de galerijflat in de winkel. En burgemeester Van der Laan van Amsterdam opende maandag het vernieuwde Waterlandplein in het noordelijke stadsdeel. Het winkelplein vormt het hart van een typische jarenzestigwijk, ontsproten aan het brein van de functionalistische stedenbouwers. Grote bouwblokken in overdadig groen. Met die vermaledijde galerijflat in verschillende maten.

gentiaan

Galerijflat De Gentiaan in Apeldoorn, na renovatie

Net als op heel veel plaatsen in Nederland waren de galerijflats in Amsterdam-Noord in de jaren tachtig en negentig verloederd geraakt. Sindsdien zat elke woningbouwvereniging met de flats in haar maag. Maar vandaag staat de grote galerijflat op het Waterlandplein er glimmend bij. Het bouwwerkt heeft een nieuwe huid gekregen, een nieuwe entree, glazen windvangers voor de gaanderij en poepsjieke balkons. ‘Ze moeten me naar buiten dragen’, zegt Thea Wessendorp-Strijbosch, bewoonster van het eerste uur. ‘Want ik ga hier niet weg. Het is goed wonen. Mensen die nooit binnen zijn geweest, hebben geen idee hoe ruim het hier is.’

In haar tijd, midden jaren zestig, kampte Nederland met grote woningnood. Er werden veel zogeheten por-tieketagewoningen gebouwd, maar die waren relatief duur en hoger dan vier etages kon het niet worden. Terwijl er een babyboomgeneratie stond te trappelen om het ouderlijk huis te verlaten en een gezin te stichten. Er was woningvolume nodig.

Op een dag midden jaren zestig was er opeens de tunnelgietbouw. Wellicht het grootste wonder van de naoorlogse sociale woningbouw in Nederland. ‘Die geïndustrialiseerde productie voor de bouw van galerijflats is een meesterlijke uitvinding’, vindt De Gunst, ‘echt onderschat.’ Hij renoveert namens bureau Hans van Heeswijk Architecten geregeld galerijflats.

Want de galerijflat is niet gemaakt van prefabdelen, maar uit een betonskelet, dat op locatie wordt gegoten met behulp van een speciale stalen u-vormige mal. Dat wordt tunnelgietbouw genoemd.

Meidoorn_Weesp_galerijflat_serrescherm

Galerijflat De Meidoorn in Weesp, met glazen serrescherm.

Dankzij die mal worden vloer en wand aan een stuk gegoten. Als het beton gedroogd is, takel je de stalen mantel een etage hoger en herhaal je het hele proces. Met vijf gietvormen tegelijk kon je in een paar weken het skelet klaar hebben voor een paar honderd appartementen.

Omdat het een mal uit één stuk was, meet een galerijappartement 7,6 meter kolomvrije ruimte in de breedte, dat was ongekend ruim voor Nederland. ‘Ik ging van een vochtige woning in het centrum van Amsterdam naar een splinternieuw huis hier in Noord. Alles was fris. Groot. Het was geweldig’, zegt bewoonster Wessendorp.

En met de galerijflat kwamen ook de eerste liften de sociale woningbouw in. Ze werden betaalbaar door het grote aantal appartementen dat er gebruik van maakte. Binnen maakten keukens met inbouwapparatuur hun entree in het huishouden. De Gunst: ‘De galerijflat was de vinexwijk van de jaren zestig. Een hele generatie is daar een gezin begonnen.’

Nederland bouwde zich na de oorlog helemaal suf. De woningvoorraad in 1945 lag rond de 1,5 miljoen huizen. Momenteel zijn dat er 7 miljoen. Galerijflats hebben aan die groei een forse snok gegeven. Want voordat iedereen een eengezinswoning met puntdak en voortuintje in een bloemkoolwijk in Purmerend begeerde, was de galerijflat dé broedplaats voor jong gezinsgeluk. ‘In 1970 kwamen dankzij de indus-trialisering van de bouw binnen twaalf maanden 150 duizend woningen gereed’, schrijft architectuurcriticus Ruud Brouwers in het boek Nieuwe kansen voor de galerijflat. Nog altijd een ongeëvenaard record.

Minstens zo fascinerend als techniek en volume, is de kortstondigheid van de populariteit van de galerijflat. Al begin jaren zeventig brokkelde zijn imago af. De gemeenschappelijke ruimtes bleken kwetsbaar. Ze waren ontworpen met het oog op een nette burgermanmaatschappij, waar iedereen zijn stoepje boende en het vuilnis wegzette. Maar zo zat de wereld niet meer in elkaar.

‘Natuurlijk zitten er fouten in de galerijflat’, zegt De Gunst. ‘Ze waren haastig neergezet. Soms midden in een weiland. De entrees waren te krap en donker. De buitenruimte rondom de flat was vaak niet goed vormgegeven, wat enge plekken opleverde.’ Toen ook de aloude conciërge verdween, ging het snel bergafwaarts.

Begin jaren tachtig verdiepten onderzoeksjournalisten van weekblad Vrij Nederland zich grondig in het fenomeen. Het resulteerde in een depressief makende reportage. In elke derde flatwoning stond iemand onder psychiatrische begeleiding, vier van hen waren na een zelfmoordpoging enige tijd opgenomen geweest. ‘Het is geen ziekte waar een naam voor bestaat, maar hij is endemisch. (…) Wie het heeft, kan er niet over praten. Die zie je ook niet. Wie het heeft, zit binnen. In de volksmond was er wel een naam voor deze aandoening: flatneurose.’

De flatneurose vormde, samen met het slechte imago van de Bijlmermeer, de nekslag voor de galerijflat. In Amsterdam-Zuidoost is de laatste vijftien jaar rigoureus hoogbouw gesloopt voor laagbouw. ‘Dat is niet overal een oplossing, want het is relatief kostbaar’, waarschuwt De Gunst. ‘De huur van een flat is een stuk lager. En bewoners van een galerijflat behoren tot een financieel kwetsbare groep. Voor veel van hen is laagbouw niet weggelegd.’

De flats op het Waterlandplein in Noord zijn eigendom van corporatie Ymere. Volgens bestuurslid Pieter de Jong van de woningbouwstichting is de galerijflat in het sociale huursegment ondanks het matige imago nog altijd gewild. ‘Een vijfkamerwoning met een oppervlakte van 90 vierkante meter is schaars in de sociale huursector.’ De problemen zitten vooral in beheer en massaliteit. ‘In een kleine portiek lossen mensen het samen op. Bij een galerijflat werkt dat niet. Daar moet je als corporatie huismeesters inzetten.’

De Gunst mag graag op de galerij rondlopen om bewoners zelf te spreken. ‘Ze zijn vaak behoorlijk tevreden over hun woning. Hier’, zegt hij, bij de liftkoker op acht hoog in de flat op het Waterlandplein. Hij wijst op een nieuwe glazen deur, die de lift scheidt van de galerij. Er zit een slot op. ‘De entree op de begane grond glip je zo binnen als je even wacht tot iemand naar buiten komt. Maar door een tweede barrière te maken, creëer je kleinere compartimenten in de flat. Dat geeft meer veiligheidsgevoel, meer saamhorigheid.’ Op de galerij zijn nu op sommige plekken al de eerste schuchtere plantenpotjes te zien. ‘Die zag je hier voor de renovatie echt niet.’

Een andere zwakke plek van de flat is het balkon. ‘Ze zijn zo ondiep dat je er geen tafeltje op kunt zetten. Daardoor werden het al snel rommelkamers.’ Van buitenaf geeft die rotzooi op het balkon een asociale aanblik.

Bij de Meidoornflat in Weesp hebben ze dat opgelost door een extra glazen gevel tegen de buitenkant te . Zo is feitelijk een nieuwe kamer aan het huis ontstaan, het balkon is serre geworden. In plaats van rommel zetten mensen er nu een bankje neer en planten, en hangen er de was op. Er is zelfs een hangmat te zien. ‘Dat geeft toch een totaal andere aanblik’, zegt De Gunst.

Een beetje mededogen voor de galerijflat, dat predikt De Gunst. ‘Niet te snel weggooien wat je hebt.’ De komende tijd bereiken jaarlijks honderdduizend huizen in Nederland de leeftijd van vijftig jaar. Daar moeten we wat mee. ‘Slopen van dit soort woningen is vandaag de dag nauwelijks een optie’, vindt ook Ymere-man De Jong.

Als je goed naar zo’n gebouw kijkt, zegt de architect, ‘ontdek je dat de galerijflat ten onrechte zo’n slechte naam heeft’. Met wat meer trots op die bouwrevolutie van een halve eeuw geleden, kan de galerijflat nog een tijdje mee.

Nieuwe kansen voor de galerijflat. Ideeën en aanbevelingen voor de komende vijftig jaar. Dick de Gunst, Hans van Heeswijk en Ruud Brouwers. NDCC Publishers, 216 pagina’s, 48 euro.
Auteur: Bob Witman. Dit stuk stond in de Volkskrant van 8 november 2013
preload preload preload